donderdag, maart 19, 2009

Hans en Gretl pakken de accordeon

Toen we twee jaar geleden op sneeuwvakantie gingen, stonden de kranten vol met global warming. Net in die winter viel er amper een sneeuwvlok in de Alpen. Wintersporters klaagden steen en been, behalve over het weer, want het was lekker warm op de piste.

Zittend in de skilift zag ik dat jaar de nabije toekomst helemaal voor me. Nog even, en dan staan deze liften er verloren bij, brengen ze hooguit nog een wandelaar richting de groene top.

Het blijkt toeval geweest te zijn. Recordhoeveelheden sneeuw zijn er dit skiseizoen naar beneden gekomen. Wintersporters klagen natuurlijk nog steeds steen en been – veel te veel sneeuw op de piste.

Wij gingen vorige week naar Mayrhofen, zo waren we na een uitgebreide zoektocht overeen gekomen.

Is toch altijd lastig, een goeie plek vinden. Veel meer dan bij een zonvakantie moet je veel factoren meewegen. Aantal kilometers piste, sneeuwzekerheid, accommodatie, afstand tot de piste, bereikbaarheid, de lijst is eindeloos.

Zo keken wij op zeker moment over de schutting bij Landhaus Staudacher, dat wordt gerund door Hans en Gretl. Sprookjesachtig.

Hans is gangmaker en tevens skileraar, las ik op de website. Gangmaker. Die pakt ’s avonds de accordeon.

Een andere optie heeft kamers met een praktische indeling. Dat de een dus even de plee in moet als de ander er langs wil.

Uiteindelijk werd het dat hotel in Mayrhofen, een allerschattigst dorpje in het Tiroler Zillertal dat hoe langer hoe meer wordt opgegeten door lallende jeugd. Prima dus.

Op weg ernaartoe vroeg ik me af hoe vaak Mayrhofenaren de grap maken dat ze even in een dalletje zitten.

Een stop bij een Rasthof toont dat je in Duitsland in elk geval nooit neerslachtig hoeft te zijn. Op een advertentie boven een pisbak glimt een rode Ferrari, eronder de tekst Jetzt in Deutschland! Goedkope antidepressiva, één op één in de markt gezet voor truckers met existentiële twijfels.

Denk daar maar eens een minuut of vier over na.

Inmiddels zijn we weer thuis. Mee uit Oostenrijk kwam het voornemen iets aan de buikspieren te doen. Een notie die bij elke hobbelende piste sterker was geworden.

Het is een goed voornemen, dat zeker. De lente klopt voorzichtig aan de deur, voor je het weet sta je je buik in te houden op het strand. Ik krijg het er globaal warm van.
.

vrijdag, maart 06, 2009

This is it en dat was dat

Ineens was ie daar weer, tafkatkop – the artist formerly known as the king of pop. Michael Jackson. Op een persconferentie in Londen kondigde hij een serie concerten aan.

Om met het belangrijkste te beginnen: zijn uiterlijk viel me nog niks tegen.

Ik had met veel erger rekening gehouden. Had gedacht dat zijn neus er inmiddels af zou zijn gewaaid. Had verwacht dat ie zijn haar had geblondeerd. Had vermoed dat zijn huid nog weer wat lichter was geworden.

Het had me ook niet verbaasd als ie als een soort ET het podium had betreden. Had prima gekund. Dag Michael. En hij dan zijn vinger omhoog en wij raden wat hij bedoelt.

Vijf minuten, langer verscheen hij niet voor de horde fans en journalisten, en eigenlijk was het meteen weer precies als vroeger, toen ie nog wel eens muziek maakte en nog optrad.

Gekleed in een militaristisch aandoende lange jas gedroeg hij zich zo zonderling mogelijk. Je moet toch doen waar je goed in bent.

Een van de mooie dingen aan Michael Jackson is toch zijn unieke garderobe. Je hebt de look-a-likes van Michael Jackson, maar verder zul je nooit iemand tegenkomen in kleren die lijken op de zijne.

Het was geen mode toen hij ermee begon en dat is het nog steeds niet.

Zijn kledingkeuze doet vermoeden dat Michael Jackson liefst president was geworden van een eilandstaat ergens bij de evenaar. Een staatje met lekker veel kinderen, chimpansees en draaimolens. Grote zonnebril op en regeren maar.

Aan de persconferentie zelf kon je merken dat Michael Jackson een goede tekstschrijver heeft. Eentje die hem door en door kent. Eentje die weet dat je hem niet al te veel ruimte voor eigen invulling moet geven, omdat het dan gierend uit de klauwen loopt.

Als je tegen Michael Jackson zegt dat ie een half uur krijgt om een groep mensen toe te spreken, dan vult hij de tijd moeiteloos met I love you’s, think about the children’s en we are the world’s.

Zijn tekstschrijver had hem daarom voor de aankondiging van zijn reeks concerten een tekst meegegeven van welgeteld drie woorden. This is it.

Michael Jackson kwam op, maakte een vredesteken, zwaaide wat met zijn armen en zei toen heel vaak die drie woorden. This is it. Elf keer in vijf minuten. En dat was dat. Goeie tekstschrijver.
.

woensdag, maart 04, 2009

Dat is de kracht van Menigteman

Een tijdje geleden was het in het nieuws: chaos aantrekkelijker dan wachten in rij. Het is onderzocht en dus is het zo: klanten staan liever te wachten in een ongeorganiseerde meute dan dat ze netjes achteraan aansluiten in een rij.

Mijn reactie op dit nieuws laat zich goed vergelijken met de reactie van de gemiddelde veertiger op een show van Youp van’t Hek in 1994. Zooo ontzettend herkenbaar!

Het is immers ontzettend logisch. Als er een rij staat, weet je zeker dat al die mensen die er eerder dan jou stonden ook eerder worden geholpen.

Hoe dan ook, ik ben sowieso gek op meutes, evenals op hordes en bendes. Een overvolle stad op zaterdagmiddag? Ik zie het als een kans. De Ikea op Tweede Paasdag? Uitdaging!

Laat me achter op een ochtendmarkt vol schreeuwende visverkopers en traag waggelende meloenknijpende bijstandsmoekes en ik leef op.

Ik ben bedwing de massa’s. Ik ben Menigteman!

Het is nog niet zo lang dat ik weet dat ik Menigteman ben. Eigenlijk nog maar kort. Ik kwam er achter door nauwelijks opmerkbare signalen. Minieme uitingen van mijn talent. In jargon: kleine dingetjes.

Een spoor van huilende baby’s – klein dingetje. Tollende omaatjes als ik passeer – klein dingetje.

Het gaat mij als Menigteman allemaal om het relatieve verschil. Zolang ik harder ga dan de massa, ben ik in mijn element. Een fietspad in de ochtendspits vol mensen met haast, pezend op de pedalen – ik laveer er omheen. Laat ze allemaal achter me.

Een groep bioscoopbezoekers die in de pauze allemaal tegelijk een beugel Grolsch, een liter cola en een emmer popcorn willen bestellen – ik breng mijn ellebogen in stelling en overwin.

En zo gaat het overal. Ook voor de kassa.

Een rij, daar kan ik niks mee. Als Menigteman moet ik massa’s hebben. Een deinende meute vol mensen met klotsende oksels en een van ergernis en uitputting doortrokken gelaat. Ik scan de situatie, bepaal mijn positie, en laat de concurrentie achter me.

Alhoewel niet iedereen Het Talent heeft, zijn er natuurlijk meer die de mogelijkheden zien van een zooitje bij de kassa. Zonder rij kunnen ze allemaal proberen de eerste te zijn die wordt geholpen na Menigteman.

Zelf zorg ik er als Menigteman voor dat ik in vorm blijf. Om mezelf te blijven ontwikkelen ga ik bijvoorbeeld komende week op trainingskamp naar Mayrhoven. Daar hebben ze niet alleen knetterdrukke pistes, maar ook uitpuilende kroegen vol overvolle pullen bier en massa’s Apfesltrudel.

Menigteman slaat zich daar wel doorheen, let maar op.

zondag, januari 25, 2009

Over staan en waar je mee kunt zitten

Sommige simpele dingen kunnen plotseling heel zwaar zijn. Is gewoon zo. Neem bijvoorbeeld staan, de activiteit waarbij je niet zit en je niet voortbeweegt.

Over het algemeen kost staan mij geen enkele moeite. Ik sta er dan niet eens bij stil, om ‘m maar meteen binnen te koppen. Maar soms gebeurt het, overkomt het me ineens, dat ik me amper nog staande houdt.

Ik heb het soms bij concerten, of wanneer er geen zitplaatsen meer zijn in de trein.

Voor beide gevallen geldt: je moet dan staan, en kunt er niets aan doen. Ja, weglopen, of die trein niet nemen, maar dat is ook weer zoiets. Hoe dan ook, staan, het is gewoon een bitch.

Tegelijkertijd: zitten, dat is soms evengoed een bitch. Ik herinner me een concert van Acda en de Munnik, in een schouwburg. Iedereen zat, verroerde geen vin, terwijl verderop op het podium het tempo werd opgevoerd.

Dan zit je niet lekker.

Acda en de Munnik hadden het ook nog zo gezegd: als je wilt gaan staan, wilt dansen en bewegen, doe dat dan! Steeds meer mensen gaven gehoor aan die noodkreet. Bij ons bleef het bij een poging – daadkrachtig in de kiem gesmoord door onze achterbuurman: Zitten!

Gezellig.

Deze week waren we weer bij een concert in een schouwburg. Ik wist dus wat te verwachten. Het was de avond dat wisselgeld definitief naar Amerika kwam en wij luisterden naar Edsilia Rombley.

Vooraf dronken we wat in de lobby. We posteerden ons strategisch in een hoek en zagen hele horden vijftigers in ruitjesoverhemden en in fijne slobbertruien. Ook zij maakten zich ook op voor een avond Edsilia.

Ik voelde de bui al hangen. Dat werd weer een avond lang ongemakkelijk zitten.

Even later begon het concert met een paar gevoelige nummers. Prima zitmateriaal. Maar al gauw werd het tempo opgevoerd. Edsilia Rombley gooide er wat snelle pasjes uit, zwaaide een paar keer met haar armen en toen gebeurde het: de mensen gingen staan!

Dametjes en heren (en heus ook wel een paar jongeren), ze veranderden het theater in een dampende danstempel.

Ook wij gingen staan. Natuurlijk gingen wij staan. En niemand schreeuwde dat we moesten blijven zitten. En ik was blij wanneer ik weer mocht gaan zitten, want zo’n avond was het dus ook, qua staan en zitten.
.

zondag, januari 18, 2009

Een mooi detail in de grote pandashow

Waar ik dus al jaren fan van ben, is de panda. Het gaat me om zijn tronie, om die geweldige, ietwat sullige, kop – ik kan er tijden naar kijken.

Het gedrag van de panda is ook geniaal. Als een goeiige lobbes hangt ie hele dagen met zijn dikke reet in een boom, knagend op een stuk bamboe. Ik zie daar dan weer foto’s van en dan geniet ik van die bakkes. Van dat hilarische smoelwerk.

De panda heeft waarschijnlijk de domste kop van heel het dierenrijk. Maar ondertussen is de panda ook een geniaal acteur. Hij houdt ons allemaal voor de gek. Neemt iedereen in het ootje. Iedereen behalve mij.

Ik weet namelijk dat het een act is, dat dagenlang een beetje quasinonchalant in de struiken hangen. Mij houdt de panda niet voor de gek. Het is een grote farce. Want de panda, die weet imagotechnisch precies waar ie mee bezig is.

Een bedreigde diersoort zijn, daar is het de panda allemaal om begonnen. Momenteel hangen er nog slechts zestienhonderd panda’s rond op de wereld. Dat is erg weinig – het verzekert de panda van een centrale plaats in heel veel subsidiesystemen.

Slim gedaan, panda!

De panda heeft zijn act helemaal geperfectioneerd. Van de basale dingen tot de kleinste details, aan alles is gedacht. Neem het voortplanten. De panda heeft dat zo geregeld dat het helemaal nergens over gaat. Hooguit één jong per paartijd! Dan weet je zeker dat je bijna uitsterft. Uitgekookt!

En ook de spijsvertering is zo vormgegeven dat het allemaal net niet lekker loopt. De panda eet bamboe, maar daar kunnen zijn maag en darmen niet goed tegen. Gewiekst! Want nu moet de panda verplicht elke dag twaalf uren lang bamboe knagen om te overleven.

Sneu, zegt de wereld. En doneert. Kassa!

Let eens op foto’s van panda’s. Andere bedreigde diersoorten kan het niets schelen als er weer eens een fotograaf van het WNF voorbijkomt. Schildpadden zwemmen prehistorisch voorbij, neushoorns geven geen sjoege. Maar de panda, die kijkt in de lens, altijd. Altijd!

Een mooi detail in de grote pandashow is het zwaaien. Als er een fotograaf van het WNF langskomt, dan heeft de panda er een gewoonte van gemaakt niet alleen recht in de lens te kijken, maar ook naar de fotograaf te wuiven.

Ook dit gebeurt weer quasispontaan. Oh, hallo! Je moet het de panda nageven: geweldig bedacht!

Het wuiven heeft de panda vrijwel zeker afgekeken van onze eigen Koninklijke familie. De leden van ons Koningshuis kunnen ook wuiven als de beste, zij leven ook in een reservaat en ook zij krijgen elk jaar opnieuw een zak geld toegestopt.

Al met al lacht de panda in zijn vuistje. Het beest houdt iedereen voor de gek. Survival of the fitttest, zei Darwin: wie zich het beste aanpast, overleeft. De panda deed dat op ultieme wijze. Hij anticipeerde op het menselijke schuldgevoel over de ondergang van de aarde en zie: het geld stroomt binnen.

Het verklaart waarom ondanks alle onheilstijdingen over zijn voortbestaan, de panda zo ontspannen blijft. Moet vechten voor zijn bestaan en daar zit ie, te zitten, met een stuk bamboe. Op zijn dooie akkertje aan het uitsterven.
.

woensdag, december 24, 2008

Ontzettend lachen tijdens de Lachen Om Het Online Op De Internets Dagen

Woensdag 24 december 2008. Het weer doet druilerig, lijkt er geen zin in te hebben, maar thank God voor Erwin Kroll, want die vertelt van een front dat eraan komt. Het weer maakt zich op voor een paar koude dagen en nachten. En morgen is het kerst.

Van die dagen.

Zoals de Bijenkorf de Drie Dwaze Dagen heeft, waarop iedereen doelloos afkomt, zo heeft de hele Westerse wereld de Twee Doelloze Dagen, waarop iedereen verdwaasd aankomt.

Iedereen eet zich een slag in de rondte tijdens de kerstdagen. Uit verveling meestal, maar ook omdat na een half uurtje het meeste wel is gezegd tegen de familie – een volle mond is een prima excuus om je bakkes te houden.

Zitten, malen en naar buiten staren. Herkauwen.

Een mooie paradox: mensen die zich graag vervelen, hebben met kerst de tijd van hun leven.

Met kerst staat de hele wereld stil. Maar dikke jippie, want de redding is nabij: internet. De internets! Daar waar de wereld altijd door draait. Daarom, omdat het kan, doop ik, Rutger, de kerstdagen bij deze om tot de Lachen Om Het Online Op De Internets Dagen. Hoera!

Laat ons beginnen met de zogenaamde prankvideo’s – filmpjes die zijn gemaakt door mensen die een ander te grazen namen. Soms zijn ze niet leuk of gewoon suf, soms zijn ze erg grappig. Tip: in studentenhuizen wordt wat af geprankt. Wees daarom slim, zoek op ‘prank roommate’!

Een hele andere categorie vormen de Onbedoeld Grappige Websites. Dergelijke sites zijn erg om te lachen, terwijl dat nooit de bedoeling van de maker is geweest. Neem bijvoorbeeld de site van Ton van den Berg, die de dierentuin van Keulen een 7.9 geeft wegens ‘enthousiaste dieren’.

Op zijn site heeft Ton al zijn vakanties gerangschikt. Die in het rood hebben net even meer indruk gemaakt dan de andere vakanties die zonder uitzondering ook geweldig waren. En de vakanties gemarkeerd met een sterretje waren per vliegtuig. Ton, bedankt!

Tip: Google voor dergelijke sites op termen als ‘eeuwenoude voorliefde voor pindakaas’, ‘penningmeester van de damclub’ en ‘dolle pret’. Succes verzekerd!

Zoals het een zegen is dat George W. Bush straks een out of office-reply heeft, zo is het een pracht dat al zijn rake one-liners her en der zijn bijgehouden. Ook hiermee kun je het prima een paar uur uitzingen tijdens de Lachen Om Het Online Op De Internets Dagen.

De Lachen Om Het Online Op De Internets Dagen zouden de Lachen Om Het Online Op De Internets Dagen niet zijn als er niet ook werd omgekeken. Er is eerder immers zoveel moois gemaakt. Door deze twee mannen bijvoorbeeld. Maar ook door deze man en dit gezelschap.

Tot besluit: het geniale project van Tony B. Het voldoet aan geen enkele definitie van grappig, maar als je doorkrijgt wat je er allemaal mee kunt, lach je je gegarandeerd een ongeluk.

En dat is dat. Maak er mooie Lachen Om Het Online Op De Internets Dagen van!
.

zondag, december 21, 2008

Aadje de Garantie voor Succes

Ja mensen, hulde voor mij. Hoezee! Driewerf hoera: hoera hoera hoera! Ik ben de beste, dat wil zeggen, een van de vijftien besten. Hoe dan ook, ik heb gewonnen. Ik!

De eerste dichtwedstrijd waaraan ik meedoe en meteen de overwinning – wie had dat gedacht?

Vier regels, vier rake klappen, brachten mij de buit: Het Nieuwste Schavot Sportboek, in een wedstrijd die was uitgeschreven door Het Nieuwste Schavot, de sportrubriek die niet voor niets bekend staat als De Gezelligste Rubriek Ter Wereld Aller Tijden. Het ís namelijk de gezelligste rubriek ter wereld aller tijden.

Nu zou ik hier allerlei gecompliceerde psychologische bomen kunnen opzetten over het waarom van de kracht van Het Sportboek, maar dat zou niet zoveel zin hebben. De absolute genialiteit van het boek is namelijk in twee woorden samen te vatten: geniaal bladeren.

Voor verschijnen dacht ik nog: dat zal wel een aardig niemendalletje worden, geinig voor de leuk. Maar nu blijkt dat de samenstellers van de zaterdagse krantenrubriek van de Volkskrant een heavy quality boek van 288 pagina’s in elkaar hebben gedraaid, waarvan elke pagina de moeite waard is. Hulde!

In Het Nieuwste Schavot Sportboek staan natuurlijk de dubbelgangers, zoals hierboven Johan Derksen en Vergeetachtige Jan, Harmen Siezen en Marcello Lippi, Jack en Shrek en Jaap Stam met zijn eigen dubbelganger, een beeld van het Paaseiland.

Het Sportboek bevat daarnaast de onvolprezen cursus voetbaltaal. Daaruit komt het volgende fragment over het scoren van een doelpunt, wat taalkundig dubbelop is, maar voetbaltaalkundig allerminst.

De commentator die zegt dat de spits ‘een magistraal doelpunt scoort’ hoeft geen kritiek te vrezen. (…) Behalve ‘hij zit erin’ of ‘doelpunt’ is het zodoende ook correct om te zeggen: ‘Hij hangt’. (…) ‘Hangt!’ zonder meer is ook goed.

Het gebeurt steeds vaker dat de commentator
(…) volstaat met het meerdere malen herhalen van de naam van de schutter. ‘Dennis Bergkamp! Dennis Bergkamp!!’ De allergrootsten beperken zich tot een eenvoudig ‘Ja hoor, ja hoor!!’, of zelfs ‘Ohhhhhhhh! O ja!!’.

Andere omschrijvingen voor een doelpunt of ‘treffer’: ‘het net laten bollen’ (ouderwets), ‘de bal in het mandje deponeren’, ‘de keeper kansloos laten’, of ‘de bal tegen de touwen schieten’.


Enzovoort.

Natuurlijk bevat het Nieuwste Schavot Sportboek ook tal van opvallende onderzoeksresultaten, boven water gehaald door drs. Broer ‘Pipo’ Jol. Hij ontdekte bijvoorbeeld dat ook in de sportwereld veelvuldig Wikipedia-pagina’s worden gepimpt.

Aan het lemma ‘Johan Cruijff’ is enorm gesleuteld, vooral aan het stuk over het ‘zwembadincident’ (WK 1974). Zo werden de woorden ‘nackte Mädchen’ vervangen door ‘in badpak geklede boerinnen van middelbare leeftijd, wie aan het aquajoggen waren’. (…) Of Cruijff zelf de Wikipimper is, is onduidelijk.

In het lemma ‘Aad de Mos’ werd ook gerommeld. De opmerking dat De Mos ‘de minder vlijende bijnaam Aadje Afkoopsom’ heeft is veranderd in ‘De Mos wordt ook wel Aadje de Kampioenenmaker, Aadje de Garantie voor Succes, Generaal Aadje, Geniale Aadje, Aadje de Trots van Den Haag of Aad het Tactische Meesterbrein genoemd’.

In dit artikel meldt drs. Broer ‘Pipo’ Jol dat niet alle manipulatie even geraffineerd is. Zo staat in het Wiki-lemma van Jaap Stam: Hij vertrok naar Lazio Roma. Daar werd hij in 2001 niet betrapt op nandrolon.

En zo gaat het maar door.

Heerlijk.

maandag, december 15, 2008

Gelukkig waren er de bananen

Het schiet natuurlijk wel even door je hoofd, maar op dat moment denk je er niet echt bij na. Het was ergens in september en Sietse stelde voor een halve marathon te gaan lopen op Ameland. Op 13 december.

Het kan koud zijn op 13 december, ook op Ameland. Sietse haalde me op van de boot zaterdag en wees naar een paar vlaggen verderop. Planken leken het, zo strak stonden ze. Ja, dat was fijn. Windkracht zes en wij moesten onderweg vijf kilometer over het strand rennen. Recht tegen de wind in.

Ameland uit, altijd lastig.

Na de start stuurde de organisatie ons eerst nog het bos in. Daar ging het drie kilometer heuveltje op en heuveltje af, totdat we op het strand belandden. Siberisch, dat was het daar. Een lang lint pioniers trok er door onherbergzaam gebied.

De temperatuur schommelde rond het vriespunt. Het brede strand lag er als een enorme kale, kille vlakte bij. Nu en dan blies de wind een vlaag zand langs onze enkels. Een uitzicht was er vast, maar ik zag het niet. Ik lette op de benen voor me, zorgde dat ik in het spoor en uit de wind bleef.

Op die manier stoempend kreeg ik opeens die heerlijke associatie – dit was gewoon een Elfstedensfeertje. Ineens was het fijn om daar zo te rennen. Weliswaar zonder enig gevoel in de ledematen, maar wel in een lekkere cadans.

Het was op Ameland mijn derde loopwedstrijd ooit, na eerder 15 en 16,1 kilometer te hebben afgelegd. Zoals ze dan zeggen in Amerika: dit was een heel ander balspel. Een heel ander balspel nou en of. 21,1 kilometer.

Gelukkig waren er de bananen. Die werden om de vijf kilometer uitgedeeld. En de wind kwam ook een tijdje van achteren. Dat scheelde.

Het leidde allemaal tot een eindtijd van 1:41:08. Redelijk. Maar het moet sneller kunnen, op 11 januari bij Egmond.

Deze week denk ik daar nog niet aan. Deze week prijs ik me gelukkig dat in ons huis eerder een oude dame woonde. De handgrepen in het toilet en de leuningen langs de trap, ze helpen me, nu mijn beenspieren even geen thuis geven.
.


Op reis met mijn geniale heldenuitvinding

Het Nederlands, dat is op zich een prima taal. Volgens het Instituut voor Nederlandse Lexicologie hebben we meer dan een miljoen woorden tot onze beschikking. Daar kun je dus wel wat kanten mee op. Niks te klagen.

Dat gezegd hebbende, vrijdagavond zat ik in de trein. Ik moest van Amsterdam naar Grou, een reis die uiteindelijk twee en een half uur duurde en ook nog via Utrecht ging, door een aanrijding bij Baarn.

De NS is behoorlijk goed bezig de laatste tijd. Ik reis al een poosje heen en weer tussen Utrecht en Amsterdam en ik kan me een tijd herinneren dat de weken bezaaid lagen met bladeren op het spoor, vierkante wielen, bevroren wissels, zelfmoordenaars, blikseminslagen en gebroken bovenleidingen. Hoor je niet veel meer over. Ook hier niks te klagen.

*klopt een en ander fanatiek af*

Dus op vrijdagavond dacht ik: aanrijdinkje bij Baarn, overkomt de besten, gaan we toch via Utrecht, gaat goed komen, here we go, lekkerprima.

Toen nestelde zich naast me een blond meisje van krap twee meter. Ze pakte haar telefoon en begon er hard in te schreeuwen. Bleek dat ze Gronings was en naar de heimat ging. Ze bulderde de hele wagon bij elkaar, maar echt gekke dingen zei ze niet. Maar haar accent, dat trof me.

En nu kan ik wel proberen dat accent te beschrijven, een poging doen om weer te geven wat het was dat me dwong te luisteren naar wat ze zei – nog los van de decibels, maar zó rijk is de Nederlandse taal nou ook weer niet. Zo kwam ik erop.

Nou goed, om een beetje een idee te geven: heel veel zinnen begonnen met ‘Ja, hooi!’-achtige klanken. Ze werden door het enorme meisje uitgesproken alsof ze voor een volle biertent Bennie Jolink imiteerde. Oerend hard dus.

Voor me vrat ondertussen een mevrouw een zak snoep leeg. Ze maalde en maalde en ging maar door. Aan de zoete geur van winegum, schuimblokken, zuurmatjes en smurfen kon ik niet ontsnappen, maar aan het geluid wel.

Ik zette mijn iPod aan (weer een fijn album van tenminste twee decennia oud) en was verdwenen. Op reis in mijn eigen wereld.

Je hebt mensen die afgeven op de mp3-cultuur. Iedereen zou er door in zijn eigen wereld leven. De sociale cohesie zou verdwijnen. En zo verder. Maar zittend in de trein naast een bellende terrorGrunnse en tegenover een industrieel snoepverwerker kun je het fenomeen portable audio toch alleen maar beschouwen als een geniale heldenuitvinding. Oh zo.

Zo boemelde ik via Utrecht, Amersfoort en Zwolle langs allemaal plaatsen waarvan ik de naam niet ken en die ik in het donker ook niet kon zien. De zak snoep stapte uit, de belbundel stapte over en ik zat waar ik zat, en dacht aan allerlei bijvoeglijke termen die de Nederlandse taal voor dit soort avonden kent.

Verrukkelijk, onder andere.
.

zondag, november 30, 2008

Missie geslaagd: een 25 jaar oud album

Verbod op Zweedse band, las ik in de krant. Ik zuchtte opgelucht. Het werd tijd zeg. Lang genoeg hebben we hun tirannie moeten doorstaan. Maar nu zijn we dan eindelijk van Abba verlost.

Nou ja, het bericht ging natuurlijk niet over Abba, maar het had zomaar gekund.

Je moet het gewoon toegeven: de muziek van Abba, dat kán gewoon niet. Het is van een kitscherigheid, allemachtig!

Abba is een suikerspin. Daar denk je nu en dan zin in te hebben, maar dan neem je een hap – luister je een refrein, en dan weet je wel weer genoeg. Doei.

Terwijl ik het niet zo heb op Abba, heb ik een zwak voor Queen. Het is echt waar. Ik zeg hé, Queen is cool! Dat vindt ook de OOR. Queen is cool!, las ik op hun cover. En de OOR kan het weten, want de OOR is een muziektijdschrift.

Nou ja, Queen is natuurlijk helemaal niet koel. Queen is even koel als die oude mannen bij de OOR. (Wat ook meteen de reden is dat ze dachten te scoren met Queen.) Queen is weliswaar goed, maar dat is iets totaal anders.

Koel en goed, het zijn neef en nicht. Ze komen wel eens bij elkaar op visite, maar daarmee houdt het ook op.

Waar ik naartoe wil? Een paar jaar geleden had ik een discussie met Jasper. Het ging over Coldplay en hun nieuwe, bombastische album X&Y. Jasper vond het niet goed: welke ongenuanceerde weg waren ze nu ingeslagen?

Ik zei dat dat er niet toe deed. Het album was weinig subtiel, inderdaad, maar de nummers waren lekker. En dus was het een goed album.

Recensenten boorden het album de grond in. Zij steunden Jasper.

Iedereen had gelijk. Het probleem: van recensenten moeten bands altijd progressie maken. Er moet ontwikkeling zitten in hun werk. Een cd volgooien met lekkere nummers is niet genoeg. Vernieuwing moet, jezelf uitvinden, koel zijn!

Het lijkt me voor artiesten nogal irritant. Je kunt een lekker derde album maken, goed zijn, maar als ie lijkt op de eerste, dan is het niks. Niet koel genoeg.

Afgelopen jaar verscheen Viva la Vida, het vierde album van Coldplay. De recensenten: compleet ruk en doffe ellende. Ze hadden de cd langs de vernieuwingsmeetlat gelegd en ja, dan kom je inderdaad niet tot een hoge score. Ik vond ook dat Viva la Vida net even met twintig strijkers teveel was dichtgesmeerd, totdat ik erachter kwam dat die dichtgesmeerde nummers erg lekker waren.

Had Jasper me verteld.

En zo kom ik bij Keane. Stelletje Britten met de oplossing voor koel en goed. (Overigens, als je steeds weer een koel album kunt maken, dan zit je altijd goed. Maar dat lukt dus bijna niemand.) Hoe dan ook, Keane maakte met Perfect Symmetry een album van wel 25 jaar oud.

Het is echt waar en erg knap. Het is compleet jaren tachtig. Alsof Back to the Future pas uit is en Lothar Mattheus net doorgebroken. Soms hoor je Queen. Dan weer A-Ha. Koel is het allemaal niet. Het is gewoon lekker. Kudos voor Keane.
.

zondag, november 23, 2008

Dansen Of Pogingen Daartoe

Kinderen schamen zich snel voor hun ouders. Is gewoon zo. Het lijkt me ook een redelijk normale emotie, waar ieder kind vroeg of laat door wordt overvallen.

Ma die je op het schoolplein voor het oog van de wereld nog een zoen geeft. Pa die de longen uit zijn lijf schreeuwt langs de lijn. Pa die ondersteboven is van je vriendin.

De vierde klas, geschiedenisles. De moeder van Bas stak eerst haar hoofd om de hoek van de deur en stapte vervolgens monter de klas in. Ze kwam Bas’ broodtrommeltje brengen. Bas, inmiddels zestien, wist niet waar hij kijken moest. Moederlief was onverstoorbaar, zoals het hoort.

Kijk eens lieverd, was je vergeten. Dahaag!

Voor niks jarenlang in een imago geïnvesteerd.

Goed, het ene kind heeft wat meer reden tot klagen en schaamte dan het andere. Neem de kroost van David Hasselhoff, opgegroeid met een vader die aldoor op televisie was. Voerde hij op het scherm niet hele gesprekken met zijn auto, dan rende hij wel in slow motion over het strand met een onhandig rood stuk plastic onder zijn arm.

Waren ze mooi klaar mee.

En toen The Hoff daarmee was opgehouden, raakte ie ontzettend aan de alcohol. Ook weer zoiets. Regelmatig troffen zijn dochters hem aan op de keukenvloer. Pratend met een hamburger.

Laat onverlet dat een beetje schaamte normaal is. Er zijn wat dat betreft een aantal klassieke schaamtesituaties. Stevig op één staat Op Of Nabij Het Schoolplein. Daar doen ouders het niet snel goed.

Goede tweede: Dansen Of Pogingen Daartoe.

Dit was bij ons thuis nu en dan een item. Vooral mem wilde het nog wel eens op een tjoepen, zoals ze dat noemde, zetten, en al waren de gordijnen gesloten en de lampen zo gericht dat er geen gevaar was voor ongewenste silhouetten, wij hadden het, zacht gezegd, liever niet.

Tjoepen is een veelvoorkomend fenomeen onder vrouwen tussen de dertig en de vijftig jaar. Het is ook niet al te ingewikkeld. Benodigdheden: een rechte hoek in de ellebogen en naar het plafond gedraaide polsen. En dan maar heen en weer huppen, van het ene been op het andere.

Dan ben je tjoepende.

De grap daarmee is: als kind kan je moeder er niet snel genoeg mee ophouden, maar als je anderhalve generatie verder bent, dan zou je graag zien dat ze het weer eens deed. Zo werkt dat nu eenmaal, met de dingen waar kinderen zich voor schamen.

Hier dacht ik aan, onlangs tijdens het concert van De Dijk. In de zaal zag ik veel moeders, hun kinderen allang naar bed, zij ongegeneerd tjoepend.
.

dinsdag, november 18, 2008

Zegt de ene IJslander tegen de andere...

Sigur Rós is een IJslandse band. Ze maken sferische rockmuziek, zoals dat heet, en hun sound is tamelijk uniek. Rauwe klanken en een elektrische gitaar die wordt bespeeld met de strijkstok van een cello. Gisteravond stond Sigur Rós in de Heineken Music Hall.

Laat mij dit even duidelijk stellen: de muziek van Sigur Rós vind ik erg goed. Dat was dus het probleem niet.

Ik leerde Sigur Rós kennen aan het begin van deze eeuw, een tijd waarin muziekzenders nog wel eens een muziekvideo lieten zien. Het was het begin van de nacht, ik zapte een rondje, en ineens dwarrelden als engelen uitgedoste mensen met het syndroom van Down in slow motion over mijn scherm.

Verbazing. Verbijstering zelfs. Fascinatie. Wat was dit?

Het bleek Svefn-G-Englar. Later zag ik ook de al even vervreemdende video van Viorar Vel Til Loftarasa. Deze nummers, ze hebben iets magisch. Ze pakken je op en nemen je mee.

Maar dat gebeurt dus alleen als je er in je eentje naar luistert. Als je in de trein zit bijvoorbeeld, alleen met jezelf en je iPod. Niet als je met een paar duizend man in de HMH staat.

Wat ook niet hielp was dat we met zijn vieren waren. Samen drink je een biertje, de één maakt een geintje over het voorprogramma, de ander kaatst, en voor je het weet sta je allemaal fanatiek flauwe grappen binnen te koppen.

We hadden LSD moeten nemen! Wanneer begint de collectieve zelfmoord? Het is gewoon Within Temptation door de vertaalmachine. Het is Within Temptation achterstevoren! Zegt de ene IJslander tegen de andere…

Nou ja. Niet de goeie stemming voor sferische rockmuziek.

Desondanks of juist daardoor was het geen verloren avond. En er waren ook best een paar erg mooie nummers. De rest van het publiek ging door het dak. Op zeker moment werd een lading confetti de zaal ingeblazen – dat was aardig.

Een paar keer passeerde ons een jongen die een rugzak gevuld met Heineken meetorste. Aan de zijkant hingen bekers. Het was al met al een behoorlijk gevaarte. Tijdens drukbezochte concerten iedereen irriteren door je constant overal langs te wurmen, dat was zijn baan.

In de geest van onze stemming zou je kunnen stellen dat hij bieritatie bracht.
.

zondag, november 16, 2008

Verrassend, maar oeh, wel opzwepend

De Zevenheuvelenloop. Een lange naam voor een aardig eindje rennen. In vijftien kilometer van Nijmegen via onder andere Groesbeek en Berg en Dal naar Nijmegen. Onderweg kom je, hoe verrassend, zeven heuvels tegen.

Over die heuvels kan ik het volgende zeggen: het is niet zo dat je eerst de Alpe d’Huez en daarna nog een paar keer de Mont Blanc over moet, maar ze zijn best pittig en daarmee slecht voor je gemiddelde snelheid.

Vooruit, ik gooi er nog een waarheid tegenaan: de Zevenheuvelenloop is geen Dam tot Damloop.

Die liep ik eerder en toen verzeilde ik onderweg van de ene muzikale verrassing in de andere. Tussen Amsterdam en Zaandam passeerde ik knetterende gabberbeats, opzwepende sambasounds, melancholische smartlappen, opbeurende dweilorkestraties en galmende karaokepogingen.

Dan wil je wel doorlopen.

Onderweg naar Nijmegen ontwaarde ik vandaag één enkel orkest. En ergens op de hei stond een geluidsinstallatie naast een spandoek dat ons een Free Tibet toewenste. Uit de speakers klonk loeihard een boeddhistisch aandoend gehum en gezoem.

Lekker opzwepend.

Ze noemen het daar dus niet voor niets Havana aan de Waal.

Bijster goed voorbereid was ik niet voor vandaag. Van een leien zou het niet gaan, zoveel was vooraf duidelijk. Gelukkig waren er methoden voorhanden om mezelf scherp te houden.

Snellere lopers proberen te volgen bijvoorbeeld. Zo blijf je jezelf uitdagen. Ook goed: vooraf een ambitieus schema uitstippelen en proberen dat te halen. En anders is er altijd nog die goeie ouwe frustratie. Langzamere lopers die in de weg lopen, het is altijd een uitstekende drijfveer.

Extra snel en al ellebogend en grommend een groepje voorbij steken dat traag als dikke stront over de weg hobbelt, heerlijk!

Maar goed, als al die methoden niet hielpen, was er nog het publiek. Vooraf dacht ik nog dat niemand speciaal voor mij langs de kant zou staan. Maar net toen ik het in de laatste kilometers moeilijk begon te krijgen, joelde een groepje meisjes: RUTGEEERRR!!!

Verrassend, maar oeh, wel opzwepend.

Twintig meter verderop, een meneer die mijn vader had kunnen zijn: Klasse Rutger, nog even! Toen pas begon het me te dagen. Mijn naam stond op mijn startnummer.

.

woensdag, november 12, 2008

He-le-maal totally niets

Het laat zich moeilijk met andere dingen vergelijken: als ik bedenk dat ie gewonnen heeft, dan voelt het nog steeds als een sensatie. Hoe dan ook, dit stukje gaat niet over Barack Obama.

Toen ik nog op de basisschool zat, in, laten we zeggen, groep 6, had ik een bloempotkapsel. Dat was lekker makkelijk. Bovendien was dat in die tijd maatschappelijk erg geaccepteerd, een bloempotkapsel.

Zoals ook t-shirts met een gele smiley prima waren.

Als ik in die jaren met mijn bloempotkapsel naar de kapper ging – orders van boven – dan was het commando ‘bijknippen’ voldoende voor een geslaagde missie. Stond je na een kwartier weer buiten.

Tegenwoordig heb ik het bij de kapper een stuk moeilijker. Mijn coiffure gaat inmiddels naamloos door het leven en dat blijkt steeds weer een complicerende factor van formaat. Bij elk bezoek aan de kapper moet ik uitleggen wat de bedoeling is.

Een zware taak. Er is namelijk simpelweg geen vocabulaire voor.

Die kappers en kapsters zijn er voor naar school geweest, dus je zou verwachten dat zij een term weten voor hetgeen je ze duidelijk probeert te maken over je haar. Je zou denken dat ze een serie labels paraat hebben om de situatie op je hoofd te duiden. Categorieën, groepen en subdivisies. Methodes, strategieën en processen.

Maar nee dus.

En dus verzandt elk bezoek in Babylonische spraakverwarringen met de schaar van dienst. Ik geef mijn instructies, maak mezelf zo goed mogelijk duidelijk, en wat gebeurt er? Een korte stilte, een glazige blik in de spiegel. Bedoel je …?

Nope.

Einde van het liedje: na een halve minuut van bakkeleien volgt steevast het voorstel de tondeuse er maar bij te pakken. Kunnen we vast een beginnetje maken.

Zoals mijn haar eruit moet zien als ik geknipt ben, eigenlijk zou daar een universele naam voor moeten zijn. Ik kan natuurlijk zelf een naam verzinnen, zoals sommige vrouwen hun borsten een naam geven – die van Dolly Parton heten Shock en Awe, maar ja, die naam van mij zegt dan weer geen enkele kapper wat.

Al met al: ik ga niet graag naar de kapper. De tandarts wint het nog steeds, daar niet van, maar de kapper is bezig met een sterke opmars. Reden nummer twee, en eigenlijk ook de ergste, is dat verschrikkelijke maar verplichte onderdeel van elk kappersbezoek: small talk.

De koetjes en de kalfjes, blijkbaar móéten ze uitgewisseld. Zit je daar weerloos in die stoel, met over je heen een zwart douchegordijn, en dan zegt zo’n meisje helemaal gemeend: Lekker hè, weekend.

Pfff. En dan wordt je ook nog geacht iets zinnigs terug te zeggen.

Soms denk ik weleens dat kappers er speciaal op worden gescreend. Goed Chantal, lieverd, je zegt nu wel dat je hebt wat het takes, maar kun je het ook waarmaken, het klokje rond babbelen over he-le-maal totally niets?

En dat Chantal dan alle trivialiteiten uit het leven van arme proefklanten moet zien te peuren.

Niet dat mijn gebit mijn favoriete gespreksonderwerp is, maar bij de tandarts gaat het tenminste wel ergens over.
.

donderdag, november 06, 2008

Het was fictie, nu is het echt

Eén van de mooiste tv-series aller tijden is The West Wing, waarin de verwikkelingen draaien om de president van de Verenigde Staten, zijn staf en hun werk in het Witte Huis. De serie is spannend, realistisch en ronduit grappig, en zit vol dialogen die snel en messcherp zijn.

Dat je dus moet opletten onderweg.

Toen The West Wing najaar 1999 in Amerika op tv verscheen was het meteen een hit. Voormalige Witte Huis-medewerkers noemden de gebeurtenissen realistisch, dat hielp. Tegelijkertijd wezen ze erop dat de personages moreel wel erg gezaghebbend waren. Zo’n club übergood guys, dat was toch niet reëel?

Het was kritiek met een kern van waarheid. Terwijl iedereen weet dat politici vooral uit zijn op macht, speelt Martin Sheen in The West Wing een president die moreel rechtvaardige beslissingen neemt, altijd eloquent en met gezag.

Dan kán helemaal niet.

En toen werd het dinsdag 4 november 2009 en mocht Amerika naar de stembus.

Mijn programma begon rond 22.15 uur met Nova. Daarin zette Twan Huys live vanuit New York steeds Republikeinen en aanhangers van Obama tegenover elkaar. Hun felle gekibbel fokte me op en maakte me bezorgd. Al die peilingen met goed nieuws, ik vertrouwde ze niet meer zo.

Dan was CNN een stuk beter voor me. Daar verklaarden de gasten van de verschillende partijen ingetogen gedrag en plannen van hun kandidaat. Beheerst. Deskundig.

Bovendien had CNN het technisch dik voor mekaar. Op een enorm touchscreen werden alle mogelijke statistieken tevoorschijn getoverd. En er was die klapper: correspondenten die als hologram in het CNN ElectionCenter werden geprojecteerd.

Jessica Yellin had de primeur. Vanuit Chicago werd ze letterlijk de studio ingebeamed. Daar stond ze, gezellig keuvelend met anchorman Wolf Blitzer. You are a terrific hologram, complimenteerde hij haar.

Heerlijke verkiezingstelevisie, dat was het. Maar als kind van mijn generatie zapte ik ondertussen ook. SMS ‘Enorm’ naar 2021.

Even na half twee gooide ik het bijltje erbij neer – half zes pakte ik de draad weer op. De angstdroom over McCain was niet profetisch geweest. Change has come to America, meldde CNN.

Rond zes uur trad de overwinnaar een uitzinnige menigte tegemoet. Jesse Jackson huilde. Colin Powell huilde. De sfeer was geladen.

Hier stond een man waarvan werd gedacht dat hij niet kon bestaan. Een man die twee jaar lang campagne voerde – een positieve campagne in een verdeeld land. Een intelligente man, met charisma, discipline en verbeeldingskracht. Een man met een plan, weggelopen uit The West Wing.

This is our moment. This is our time (…) to reaffirm that fundamental truth – that out of many, we are one; that while we breathe, we hope, and where we are met with cynicism, and doubt, and those who tell us that we can’t, we will respond with that timeless creed that sums up the spirit of a people:

Yes We Can.
.

dinsdag, november 04, 2008

John, Barack en Captain Fantastic

Van sommige dingen word ik heel erg blij. Zo las ik gisteren dat de 19-jarige Brit George Garratt voortaan door het leven gaat als Captain Fantastic. Gozer vond zijn naam saai en heeft hem laten veranderen.

Captain Fantastic. Dat is gewoon heerlijk. Ook al wil zijn oma nu niet meer met hem praten.

Zijn volledige naam luidt nu overigens: Captain Fantastic Faster Than Superman Spiderman Batman Wolverine The Hulk And The Flash Combined. Although my friends thought it was ridiculous, most people do call me Captain, aldus Captain Fantastic tegen de BBC.

Van sommige dingen word ik heel erg blij. Ik dacht, ook weer gisteren, een grappige video te gaan kijken, toen ik er na een paar seconden achterkwam dat ik werd gerickrolled. Rickrolling is mooi, ik heb er hard om gelachen.

Terwijl ik van sommige dingen zomaar heel vrolijk word, zijn er ook dingen die mij echt gelukkig maken. Een mandarijn zonder pitten bijvoorbeeld. Met nieuwe sokken in mijn schoenen. Of Barack Obama die wordt gekozen tot president van de Verenigde Staten.

Gisteravond. Ik zat voor de tv en ineens was het besef daar: Obama moet winnen. Ik wil dat hij wint. Ik wil dat John McCain verliest. Ik. Wil. Het.

Dat gevoel ken ik nog van een jaar of elf geleden, toen ik soms helemaal gek werd tijdens belangrijke wedstrijden van Ajax. Het adrenalinerollercoastergevoel.

Ajax was in 1997 al over het hoogtepunt heen, maar wist dat zelf nog niet. Er werd ook nog steeds gepresteerd in de Europa Cup, dus hé, we doen gewoon nog mee! Uit die tijd herinner ik me een wedstrijd uit de Champions League. Ajax moest het Zwitserse Grasshoppers van zich afschudden. Een club van niks, maar een triomftocht werd het allerminst.

En dus vond ik mezelf halverwege de tweede helft terug in een kamer waar geen tv of radio was, zodat de onheilspellende commentaren van Evert of Jack mij niet konden bereiken. De spanning at me op.

Een wedstrijd vol drama, Ajax ging door.

Deze dagen heb ik hetzelfde. Ik verkeer tussen hoop en vrees. Mijn stemming slaat om al naar gelang het soort bericht dat mij bereikt. De ene keer beschrijft een artikel waarom Obama gaat winnen. Ik lees het en denk: inderdaad, zo zal het gaan. Heerlijk.

Even later zie ik een reportage. John McCain zweept zijn achterban op. Hij kondigt zijn comeback aan. De voice-over geeft hem nog een kans. En ik denk: het zal toch niet..
Vandaag is een historische dag, hoe dan ook. Barack Obama versus John McCain. En mocht het onverhoopt toch John McCain worden, dan heb ik altijd Rick Astley nog.
.

vrijdag, oktober 31, 2008

De vrienden van Thijs Römer

Thijs Römer ken ik niet. Goed, ik ken zijn hoofd, van tv en uit de bladen. En ik weet dat ie is getrouwd met Katja en opa zegt tegen Piet, de gelauwerde toneelacteur die ik in feite ook niet ken, maar van wie ik me nog wel goed een optreden in DWDD weet te herinneren.

Maar Thijs Römer, die ken ik niet.

Het enige wat ik weet is dat Thijs Römer een BN’er is. Een Bekende Nederlander uit de wereld van film, tv en toneel. Een jonge man die heus wel werkt, maar zoals dat gaat vast ook veel verschijnt op premières en feestjes.

De afgelopen weken denk ik vaak even aan Thijs Römer. Eigenlijk sinds ik las over zijn regiedebuut, Het Wapen van Geldrop, een film waarin Thijs Römer en zijn vrouw ook nog eens een hoofdrol spelen.

Zomer vorig jaar trouwde Thijs Römer met Katja Schuurman in een chateau in het Franse Vallery, een gelegenheid waarover NU.nl de volgende zinsnede publiceerde: Grote afwezige was Theo van Gogh.

Er vanuit gaande dat in het dorpje Vallery slechts één kasteel staat, is er niet getrouwd in een klein zaaltje achteraf. Het Château de Condé is vijfhonderd jaar oud en zoals dat ging als je een half millennium geleden een kasteel liet bouwen: het ding is groot!

Daar hebben Thijs Römer en zijn bruid vast een hoop vrienden naartoe laten komen.

De vraag die mij bezighoudt is nu: waarom hebben die vrienden niet even de moeite genomen de bioscoop te bezoeken om daar Het Wapen van Geldrop te gaan zien? Welgeteld 99 bezoekers trok de film in de eerste week, waarna hij acuut uit een groot deel van de zalen werd gehaald.

Vooropgesteld: het is geen goeie film. Is iedereen het over eens. René Mioch hield het nog gezellig – Het is een film die je echt leuk moet vinden, moet snappen, maar eigenlijk is er niemand de er wat aan vindt.

Drama van Thijs Römer, meldt Cinema.nl treffend. De Pers schrijft: Om te huilen, maar niet omdat het zo ontroerend is. De ene scène heeft niets met de andere te maken en het verhaal en de personages kennen amper ontwikkeling. En ook: Nog nooit zoveel recensenten zo vaak diep horen zuchten.

Een nadeel volgens de kenners: Katja deed mee zonder diep decolleté.

Hoe dan ook, Thijs Römer is in mijn gedachten. Hij geeft de uitdrukking ‘verkeerde vrienden hebben’ een geheel nieuwe dimensie. En als je dan ook nog bedenkt: bij die 99 zaten ook nietsvermoedende filmliefhebbers. Mensen die vorige zomer niet in Vallery waren.

Ook zij zijn in mijn gedachten.
.

zondag, oktober 26, 2008

Eén week, twee ritmes

Op dat moment is het letterlijk onvoorstelbaar.

Het was vroeg in de ochtend, de Taurus hield de zon nog even verborgen, terwijl het kwik alweer tegen de 25 graden liep. Ons laatste ontbijtje in Alanya, als altijd met uitzicht over zee, haven en het schiereiland met ruïnes en die imposante burcht. Later die dag zouden we weer thuis zijn.

Heel anders was het toen we eenmaal met een zachte plof op Schiphol waren geland. De regen zwiepte over de landingsbaan. En vanuit de cockpit kwam het bericht dat het buiten net boven de tien graden was – twintig graden kouder dan de plaats waar we de zon hadden zien opkomen.

Welkom thuis.

Eén keer eerder was ik in Turkije geweest. Ruim een week verbleven we in een eenvoudig hotel. Ik sprak behoorlijk wat Turken, meestal om af te dingen, en maakte met twee wat beter kennis.

Ozgün was onze ober in een restaurant. Na het dessert schoof hij gezellig aan. Het werd een leuk gesprek, gevolgd door kaartje blazen en bijbehorende mooie foto’s.

En dan was er de jongen van het hotel, wiens naam ik waarschijnlijk heb verdrongen, aangezien hij verliefd werd op ons allemaal. Steeds zocht hij ons op. Wilde hij ons aanraken. Toen we vertrokken, kregen we een innige omhelzing en dikke zoenen.

In het fabeltastische hotel waar we dit jaar waren zal zoiets je nooit overkomen. Reden: De Chef. Met hoofdletters inderdaad, want in het Panorama Hotel heeft De Chef de wind er goed onder.

Het personeel weet altijd precies waar De Chef zich bevindt. Kijkt Hij, dan wordt er discreet, vriendelijk en razendsnel gewerkt. Is Hij – een op de vervelende tennisser Cedric Pioline lijkende Turk die de hele dag kijkt alsof ie al weken moet poepen – niet in de buurt, dan is er tijd voor een praatje en een oprechte glimlach.

In het Panorama Hotel zijn de mannen, alleen achter de receptiebalie ontwaarden wij een vrouwelijk personeelslid, stuk voor stuk prima kerels. En dus doodsbang voor De Chef. Ze geven uitvoering aan een schizofreen beleid: vriendelijk zijn moet, maar het mag geen tijd kosten.

In het Panorama Hotel wordt hard gewerkt. Aanpoten is een understatement. Wie een seizoen lang wil werken bij het Panorama Hotel, vertelde Mehmet, moet zeven maanden lang bijna elke dag aan de bak.

Durali schetste ons de gemiddelde werkdag. Eerst werk je van ’s ochtends 07.00 uur tot ’s middags 15.30 uur, zonder pauze. Het begint weer om 18.00 uur, tot de boel aan kant is, meestal rond 22.30 uur. Dan wil je slapen.

Dan hadden wij een heel ander ritme. Een constante afwisseling van korte en lange bezoekjes aan buffet, zwembad, tafeltennistafel, strand, strandbar, hotelkamer, tennisbaan, zwembadbar en bovenbar.

Het verschil in luxe drong zich soms op pijnlijke wijze naar voren. Zo bediende Senol mij eens op één dag eerst ’s middags bij de Beach Bar, daarna tijdens het diner en vervolgens nog diezelfde avond boven in de Panorama Bar en beneden bij de Pool Bar.

Tsja.

Alanya is erg mooi, ik heb er ondanks mijn goede voornemens behoorlijk wat van gezien. Ik zou het Durali, Senol, Mehmet en hun collega’s daarom gunnen dat ze ook meer Alanya zagen. Meer dan steeds weer dat hartverscheurend mooie uitzicht vanuit het Panorama Hotel.
.

donderdag, oktober 16, 2008

Een gevaarlijke missie – geregeld bunkeren

De missie begint vroeg: 05.00 uur exact verlaat ons toestel de basis. Krap vier uur later bereiken we de droppingzone. We zetten voet aan de grond, stellen de omgeving veilig, rapporteren aan home base en zetten ons kamp op.

Codenaam: Operatie Actium.

In 31 voor Christus versloeg het Romeinse Rijk onder aanvoering van Octavianus de vorige machthebber, Marcus Antonius. Die had de toorn van Rome over zich afgeroepen door Romeinse gebiedsdelen uit te delen aan minnaressen. Zo gaf hij de regio rond Alanya, doel van de missie, aan de Egyptische Cleopatra.

Makkelijk zal het niet worden, dat weten we op voorhand. Er wachten ons zware omstandigheden. Communicatieproblemen met de lokale bevolking kunnen de operationele handelingen bovendien beïnvloeden.

Natuurlijk, op de compound zullen de ondersteunende diensten goed zijn vertegenwoordigd. Eten en drinken in overvloed. Maar zoals blijkt uit rapporten van informanten ter plaatse en bevriende inlichtingendiensten: overal liggen risico’s op de loer.

De hitte natuurlijk. Het belooft een week lang 27 graden te worden. Geïmproviseerde explosieve elementen bij de drinkplaats – de beruchte losgeslagen Russen. Natte tegels rondom het zwembad, heet zand, vlijmscherpe parasolletjes in cocktails.

Het gevaar een eetmoment te vergeten door de heerlijke temperatuur van de azuurblauwe zee.

Gelukkig gaan we op pad met een bataljon moedige en goedgetrainde professionals. De beste in hun soort. Manschappen op wie je kunt vertrouwen. Stuk voor stuk hebben ze hun sporen verdiend. Aly en Ben dienden bijvoorbeeld deze zomer nog aan de Italiaanse kust, tijdens een missie waarbij duizenden landgenoten werden ingezet.

Toch dreigt er steeds gevaar. Op het slagveld ben je zo afgeleid, terwijl een scherpe concentratie is geboden. Daarom het volgende besluit: overdag verlaat ik de compound niet. Onder geen beding. De sauna, de tennisbaan, het zwembad, de biljarttafels en het fitnesscentrum, ik blijf er bij in de buurt.

’s Avonds, dan trekken we er misschien – onder dekking van de duisternis – op uit, afhangende van veiligheidsanalyses ter plaatse.

Ook zal er op de compound regelmatig worden gebunkerd. Het ontbijt tot half elf, de lunch om half één en tussendoor brood en snacks. ’s Middags koekjes en ijs, ’s avonds het diner. Borrelen tot besluit.
.

Afzien: een maand geen sushi

De familie Froger – René, Natasja en de twee kinderen – hebben een maand lang in een rijtjeshuis gewoond, terwijl ze moesten rondkomen van een bijstandsuitkering. Het gezin deed dit voor een tv-programma van John de Mol.

En voor het geld natuurlijk.

Maar nee, zo bezweert het echtpaar, dat had er niks mee te maken. Ze hebben het gedaan voor het land. Meer specifiek: voor de voedselbank.

Natasja Froger presenteert sinds een tijdje Hart in Actie, een tranentrekker van SBS. Zodoende weet zij hoe het werkt, de basale emoties van halfontwikkelde tv-kijkers bespelen. Voor dit programma – De Frogers: geen cent te makken – heeft ze geprobeerd René het trucje ook te leren, maar dat is nog niet helemaal gelukt.

Voorbeeld. In de eerste uitzending kwam roddeltante Wilma Nanninga spontaan op de thee. Ze vroeg René: Waarom doe je dit? René had zijn antwoord moeten inpakken, maar herinnerde zich slechts de kern van Natasja haar instructies.

De voedselbank, antwoordde hij kort en bondig.

Om er na enig aarzelen een prachtige zin op te laten volgen. Het is toch van de zotte dat er in een welvarend land als Nederland nog mensen gevoed moeten worden!

In het volgende shot zagen we hoe de zanger en zijn vrouw mensen in een voedselbank lastigvielen. Terwijl een meneer probeerde zijn bestelbusje vol te laden met kratten voedsel, bleven René en Natas maar zeggen wat voor kanjer hij wel niet was. Groot respect! Deed hij toch maar mooi!

Petje af!

Even later volgden we het echtpaar terwijl er huisraad werd ingeslagen bij een kringloopwinkel. Eerste legde de voice-over behulpzaam uit wat dat was, een kringloopwinkel. Bij de kringloopwinkel vind je spullen die door anderen zijn afgedankt. Op deze manier hebben goederen een tweede leven.

Natasja daarna, over een bankstel: Om ergens op te zitten waar anderen ook al op hebben gezeten, dan denk ik, ja.

In een specifiek shot at het wereldberoemde echtpaar voor de laatste keer bij hun favoriete Japanse restaurant – de laatste keer voor ze een maand in een rijtjeshuis gingen wonen. Natasja in volle ernst tegen René: Dat zal afzien worden, een maand geen sushi.

De Frogers zijn overigens heel gewoon gebleven, hoor. Zo kwam Natasja altijd al bij de Aldi, omdat René de aardbeienjam daar zo verschrikkelijk lekker vindt. René over zijn leven: Ik ben gewend, niet verwend.

Schokkend gevolg van het programma: René Froger reed een maand lang in een Opel.

Het stel heeft er heel wat van opgestoken. Tegen de Volkskrant kwam Natasja tot de kern. René, vertelde ze, die zei toen ze weer terug waren: Als het zou moeten, eet ik liever een keer in de maand deze lekkere chips dan elke dag die vieze goedkopere chips. Dat verschil proef ik echt.
.