zondag, januari 25, 2009

Over staan en waar je mee kunt zitten

Sommige simpele dingen kunnen plotseling heel zwaar zijn. Is gewoon zo. Neem bijvoorbeeld staan, de activiteit waarbij je niet zit en je niet voortbeweegt.

Over het algemeen kost staan mij geen enkele moeite. Ik sta er dan niet eens bij stil, om ‘m maar meteen binnen te koppen. Maar soms gebeurt het, overkomt het me ineens, dat ik me amper nog staande houdt.

Ik heb het soms bij concerten, of wanneer er geen zitplaatsen meer zijn in de trein.

Voor beide gevallen geldt: je moet dan staan, en kunt er niets aan doen. Ja, weglopen, of die trein niet nemen, maar dat is ook weer zoiets. Hoe dan ook, staan, het is gewoon een bitch.

Tegelijkertijd: zitten, dat is soms evengoed een bitch. Ik herinner me een concert van Acda en de Munnik, in een schouwburg. Iedereen zat, verroerde geen vin, terwijl verderop op het podium het tempo werd opgevoerd.

Dan zit je niet lekker.

Acda en de Munnik hadden het ook nog zo gezegd: als je wilt gaan staan, wilt dansen en bewegen, doe dat dan! Steeds meer mensen gaven gehoor aan die noodkreet. Bij ons bleef het bij een poging – daadkrachtig in de kiem gesmoord door onze achterbuurman: Zitten!

Gezellig.

Deze week waren we weer bij een concert in een schouwburg. Ik wist dus wat te verwachten. Het was de avond dat wisselgeld definitief naar Amerika kwam en wij luisterden naar Edsilia Rombley.

Vooraf dronken we wat in de lobby. We posteerden ons strategisch in een hoek en zagen hele horden vijftigers in ruitjesoverhemden en in fijne slobbertruien. Ook zij maakten zich ook op voor een avond Edsilia.

Ik voelde de bui al hangen. Dat werd weer een avond lang ongemakkelijk zitten.

Even later begon het concert met een paar gevoelige nummers. Prima zitmateriaal. Maar al gauw werd het tempo opgevoerd. Edsilia Rombley gooide er wat snelle pasjes uit, zwaaide een paar keer met haar armen en toen gebeurde het: de mensen gingen staan!

Dametjes en heren (en heus ook wel een paar jongeren), ze veranderden het theater in een dampende danstempel.

Ook wij gingen staan. Natuurlijk gingen wij staan. En niemand schreeuwde dat we moesten blijven zitten. En ik was blij wanneer ik weer mocht gaan zitten, want zo’n avond was het dus ook, qua staan en zitten.
.

zondag, januari 18, 2009

Een mooi detail in de grote pandashow

Waar ik dus al jaren fan van ben, is de panda. Het gaat me om zijn tronie, om die geweldige, ietwat sullige, kop – ik kan er tijden naar kijken.

Het gedrag van de panda is ook geniaal. Als een goeiige lobbes hangt ie hele dagen met zijn dikke reet in een boom, knagend op een stuk bamboe. Ik zie daar dan weer foto’s van en dan geniet ik van die bakkes. Van dat hilarische smoelwerk.

De panda heeft waarschijnlijk de domste kop van heel het dierenrijk. Maar ondertussen is de panda ook een geniaal acteur. Hij houdt ons allemaal voor de gek. Neemt iedereen in het ootje. Iedereen behalve mij.

Ik weet namelijk dat het een act is, dat dagenlang een beetje quasinonchalant in de struiken hangen. Mij houdt de panda niet voor de gek. Het is een grote farce. Want de panda, die weet imagotechnisch precies waar ie mee bezig is.

Een bedreigde diersoort zijn, daar is het de panda allemaal om begonnen. Momenteel hangen er nog slechts zestienhonderd panda’s rond op de wereld. Dat is erg weinig – het verzekert de panda van een centrale plaats in heel veel subsidiesystemen.

Slim gedaan, panda!

De panda heeft zijn act helemaal geperfectioneerd. Van de basale dingen tot de kleinste details, aan alles is gedacht. Neem het voortplanten. De panda heeft dat zo geregeld dat het helemaal nergens over gaat. Hooguit één jong per paartijd! Dan weet je zeker dat je bijna uitsterft. Uitgekookt!

En ook de spijsvertering is zo vormgegeven dat het allemaal net niet lekker loopt. De panda eet bamboe, maar daar kunnen zijn maag en darmen niet goed tegen. Gewiekst! Want nu moet de panda verplicht elke dag twaalf uren lang bamboe knagen om te overleven.

Sneu, zegt de wereld. En doneert. Kassa!

Let eens op foto’s van panda’s. Andere bedreigde diersoorten kan het niets schelen als er weer eens een fotograaf van het WNF voorbijkomt. Schildpadden zwemmen prehistorisch voorbij, neushoorns geven geen sjoege. Maar de panda, die kijkt in de lens, altijd. Altijd!

Een mooi detail in de grote pandashow is het zwaaien. Als er een fotograaf van het WNF langskomt, dan heeft de panda er een gewoonte van gemaakt niet alleen recht in de lens te kijken, maar ook naar de fotograaf te wuiven.

Ook dit gebeurt weer quasispontaan. Oh, hallo! Je moet het de panda nageven: geweldig bedacht!

Het wuiven heeft de panda vrijwel zeker afgekeken van onze eigen Koninklijke familie. De leden van ons Koningshuis kunnen ook wuiven als de beste, zij leven ook in een reservaat en ook zij krijgen elk jaar opnieuw een zak geld toegestopt.

Al met al lacht de panda in zijn vuistje. Het beest houdt iedereen voor de gek. Survival of the fitttest, zei Darwin: wie zich het beste aanpast, overleeft. De panda deed dat op ultieme wijze. Hij anticipeerde op het menselijke schuldgevoel over de ondergang van de aarde en zie: het geld stroomt binnen.

Het verklaart waarom ondanks alle onheilstijdingen over zijn voortbestaan, de panda zo ontspannen blijft. Moet vechten voor zijn bestaan en daar zit ie, te zitten, met een stuk bamboe. Op zijn dooie akkertje aan het uitsterven.
.