woensdag, augustus 29, 2007

Steetmunt

Kijk, dat is dan weer zo jammer. Heb je als extreemrechts type net lekker een beetje je gedachtegoed op orde, zodat je eindelijk weet waar je voor staat (hullie in Den Haag fukken de boel op, hullie van over de grens pikken onze banen in, en wat de fuk zit jij nou met me te fukken?), maak je deze misstap.

En dat net nadat je jezelf een identiteit hebt verschaft. Het ging de laatste tijd zo fijn. Lekker met zijn allen vanonder de petjes oogjekijken met de wereld. Met omgevouwen jeanspijpen boven Air Max Classics. Gewoon gezellig. Samen in de stad. Gelijkgestemden.

En laatst kochten jullie samen bij de Blokker een nationale driekleur. Toen waren jullie helemaal allen een. Zo mooi was dat.

Thuis moest de vlag een mooi plekje krijgen, vond je. Als statement, een uiting van je diepste emoties. Je hing hem voor het raam. Op de kop. Sjap.

Wat ik zeg, zo jammer. Niet meer serieus te nemen. Zo wordt het nooit wat met het nationaalsocialisme.

dinsdag, augustus 28, 2007

Web 2.0, met een wit propje erin

Ik weet niet veel van spinnen, maar wel dat ik een ontzettende hekel aan ze heb. En dat dit best een grote was.

Hij hing in de tuin en had zichzelf een enorm web geregeld. Noem het maar Web 2.0. Het was gewoon indrukwekkend. Bijna groter dan mijn kamer in Utrecht was het oppervlak, van de boom naar de struik en dat dan in een driehoek. Grote spinnen grote webben, zo zal het zijn.

Deze spin zat er, met zijn dikke poten, gewoon op te wachten om getest te worden. Dat zag je zo. Hij daagde de boel uit. Met zo’n zelfde houding als Jan. Zo van: allemaal!

Ik legde hem eerst onder toeziend oog van Jelmer en Janne vast op de foto. Vervolgens deponeerde Janne onder toeziend oog van Jelmer en mij een langpootspinachtig wezen in het web.

En toen gebeurde dat wat je normaal alleen op Discovery ziet. Die dikke spin sjeesde op zijn prooi af en begon de langpoot als een maniakale rond te draaien, hem onderwijl inpakkend met een zijdezacht wit plakgoedje dat uit zijn kont leek te komen.

Het was zo gepiept. Binnen tien seconden hing er in plaats van een langpootspin een wit propje in het web.

Spin tevreden, wij tevreden, een ervaring rijker.

maandag, augustus 27, 2007

Chef Intimiteiten bij Sanadome

Janne en Elizabeth hadden het mooi voor elkaar. Twee dagen in de thermische en mineraalrijke ambiance van Sanadome in Nijmegen, en tussendoor een nacht in de superieure suite van het hotel dat erbij hoort. Zachte huid gegarandeerd.

Zeg nou eens, een zachte huid, wie wil dat nou niet, en dus togen Hilbrandt Yde en ik ook naar Nijmegen.

Lekker in het warmwaterbad van 37 graden (zorgt voor een diepe ontspanning), in het thermale buitenbad (toch ook nog 33 graden en met whirlpools, massagestralen en de hele reutemeteut), in de eucalyptische stoomkamer (45 graden en met stimulerende en ontslakkende werking op het lichaam), en onder de zonnebank, om mijn huid de teint te geven die het verdient.

Het zoutwaterbad met Dode Zee-effect sloeg ik over. Leek me thermaal niet helemaal Yin Yang om dat balansaccent ook nog aan te brengen.

Het was allemaal erg ontspannend. Enige smetje waren de hitsige stellen die her en der opdoken. Steeds lag er wel ergens een koppel te vozen. De mannen hadden blijkbaar last van hun eigen Dode Zee-effect. Niet goed voor het mineraalrijke thermale water uit eigen bronnen, lijkt me.

En dat terwijl de bordjes rondom de baden duidelijk vermeldden dat zowel gewenste als ongewenste intimiteiten uit den boze waren.

Het lijkt me nog wel eens een mooi baantje voor de Vieze Man. Chef Intimiteiten bij Sanadome. Kan ie er in zijn regenjas mooi de hele dag voor zorgen dat de stelletjes – en dan vooral de oudere – van elkaar afblijven. Alles voor schoon water.

zondag, augustus 26, 2007

Mannenkunst

Woensdagavond waren we op Noorderzon, of hoe zeg je dat. Bij Noorderzon? In Noorderzon? We waren in ieder geval in het Noorderplantsoen in Groningen, waar theaterfestival Noorderzon plaatshad.

Noorderzon is een populair gebeuren, dus we hoefden ons geen illusies te maken. Er was geen kaart meer te krijgen en dus zouden we geen echte voorstelling beleven.

Maar dat gaf niet. Het was mooi weer, er waren veel mensen die we konden bekijken, en her en der langs de plantsoenpaden waren kunstzinnige mensen in de weer met hun kunstzinnige uitingen.

Maar hoe groot het kunstaanbod ook was, de artiesten werden bijna outnumbered door de kraampjes met eten. Suikerspinnen, poffertjes, saté ajam, friet; je kunt Noorderzon ook gastronomisch beleven.

Verder stonden langs de paden in het plantsoen objecten die weliswaar niet bij het festivalprogramma hoorden, maar op een bepaalde manier best kunstzinnig waren. Het mannelijke deel der cultuurminnaars nam er geregeld een kijkje.

donderdag, augustus 23, 2007

Er passen met gemak twee lijken in

Afgelopen maandag ging het van hieperdepiep en hoera in Heerenveen. Pake en beppe waren 55 jaar getrouwd en daardoor het terechte middelpunt van een bloemenzee en heel veel gelukwensen.

Bij die gelegenheid bevolkten we met de hele familie It Polderhûs in De Veenhoop. Lekker zitten en keuvelen, keuvelen en zitten, en nu en dan een wandeling langs het buffet, want dat was lopend.

Op zeker moment kuierden we tussen twee gangen met de hele familie voorbij het buffet. Naar buiten ging het, want Arjen had een nieuwe auto gekocht. Een Cadillac was het, en wij wilden dat fenomeen graag aanschouwen.

Daar stond ie, een Cadillac Brougham d’Elegance uit 1979, als ik het goed heb. Een enorm ding is het, en dat maakt hem nou juist zo stoer. Zo, daar passen met gemak twee lijken in, zei Henk, duidend op de kofferbak.

Janne nam plaats in het Amerikaanse gevaarte. Dat zat best lekker, zo’n enorme bank, vond ze. Ik maakte er een foto van. Jelmer maakte daar weer een foto van. Van dat tafereel had eigenlijk iemand even een foto moeten maken.

Door de Leeuwarder Bermudadriehoek

Ik ging dus op bezoek bij de dieren in Aqua Zoo Friesland. Met de fiets, want geen auto en bovendien sowieso daarom: het was mooi weer. Leek het.

Vooraf wees Wieberen nog even op de kaart waar ik precies langs moest. Dat is nog best een eindje, dacht ik toen al. Maar ja, ik ben een man van halfvol, dus ik besliste dat het heel goed was te doen. Eitje. Anderhalve peddel.

Een paar minuten later geselde ik de trappers van Gerrie haar oude barrel, eens een fiere Batavus Barcelona. Het weer sloeg om. Het begon te druppelen, toen te regenen, en vervolgens te plenzen.

Fijne regen was het wel. Van dat suizende. Geen wind, een lekkere temperatuur en ontzettend dikke druppels. Heerlijk om in je zwembroek op vakantie in Zuid-Frankrijk doorheen te sjokken. Met piepende slippers en een plakkend shirt. Maar niet om mee door Camminghaburen te fietsen.

Bovendien: ik verdwaalde.

De bizar kronkelende straten stuurden me onverbiddelijk het bos in. Volgens mij is die wijk daarvoor gemaakt. Ze schijnen nog steeds te zoeken naar die stagiair die nooit bij de Albert Heijn aankwam.

Nog een meevaller: de Barcelona haalde het. Dat had ik vooraf niet durven hopen. Totaal doorweekt meldde ik me al nadruppelend bij de balie. Binnen maakten de visvragende ogen van de zeehond van dienst de dag helemaal af.

zondag, augustus 19, 2007

Het egelspeelparadijs

Bij de krant zijn ze erg met de lezers begaan. Niks geen kloof tussen media en publiek, niks geen ivoren toren. Betrokkenheid! Een hechte band!

Als buren, dat is het. Beter dan een verre vriend, en altijd voor de ander klaarstaan. Omdat het belangrijk is zorg te hebben voor elkaar. Oog hebben voor, meedenken, attent zijn.

Stel, je hebt een egel in de tuin. Ook dan staat de krant klaar. Want zo hoort dat, als je ontzettend goed met elkaar overweg kunt. Ook bij de egelsituatie staat de krant paraat met een slimme en voordelige oplossing: een egelvoerhuis en een egelwoonhuis.

Het egelvoerhuis biedt een veilig eetplek, zodat de egel rustig zijn maaltje kan verorberen. Nooit last van grasmaaiers, huisdieren, of spelende kinderen.

Het egelwoonhuis biedt een ideale slaapplaats. Kan de egel lekker zijn uurtjes pakken, zonder de hele tijd gewekt te worden of de hele tijd te moeten denken: shit, als ik nou maar een egelwoonhuis had, dan had ik een ideale slaapplaats.

Egelvoerhuis en egelwoonhuis kosten de krantenlezer slechts €73,95. Wie durft nog te zeggen dat de krant niet relevant meer is?

En heb je toevallig een hele kudde egels in de tuin? Geen probleem, er is voorraad zat.

Het enige dat je je nog afvraagt bij deze geweldige aanbieding: wat moet onze egel in de tussentijd? Als hij het eten op heeft maar het is nog geen tijd om gestrekt te gaan. De krant komt binnenkort met het egelspeelparadijs, daar reken ik op.

woensdag, augustus 15, 2007

Het shirt van een (vermeend) breezersletje

Sinds ongeveer een jaar heb ik een shirt waar Utile et dulce op staat. Ik vond dat altijd wel iets Gladiatoresque hebben. Strength and honor enzo. Bij de mogelijke betekenis van de twee woorden (et lukte nog wel) had ik nog nooit echt stilgestaan.

Vandaag begon Erwin erover. Volgens hem betekende de tekst Nuttig en zoet. Pier Abe bombardeerde mij daarop tot breezersletje, een woord overigens waarvan de spellingcontrole niks weet te maken.

Maar goed, in het hoofd van Pier Abe zijn breezersletjes blijkbaar nuttig en zoet.

Uiteindelijk zijn we het er met behulp van Google over eens geworden dat Nuttig en aangenaam de goede vertaling is. Horatius, jeweetwel, die Romeinse dichter, vond namelijk dat literatuur juist dat moest zijn. Mijn shirt ook.

maandag, augustus 13, 2007

Ingepakt op de oprit

Marije en Rixt hadden op de oprit een handeltje vandaag. De meest prachtige producten lagen op een blauw kleed te wachten op een nieuwe eigenaar. Een mooie stormlamp. Fijne knuffels, z.g.a.n. En puzzels en speeldingen.

Ze hadden er plezier in, de twee zusters, maar vader Willem had ze toch ook wel sterk aangemoedigd om er te gaan zitten. De vakantie moest immers ook weer terugverdiend, zo zei hij.

Toen ik even bij ze in de etalage keek, passeerden net een paar nieuwsgierige klanten. Beppe bijvoorbeeld, die misschien haar eigen bloempot wel terug wilde kopen. Maar op de meeste potentiële klanten was een beroemd Turks gezegde van toepassing: kijken kijken, niet kopen.

Aan de verkoopsters lag het niet, meende Marije. Ze stonden heus hun waren wel fanatiek aan te prijzen.

Mij wisten ze in ieder geval te overtuigen, nadat ze met een spectaculaire aanbieding kwamen: als ik iets kocht, dan werd het gratis ingepakt.

Nou, dat moest altijd wezen. Als cadeau voor Janne zocht ik een mooie mondharmonica uit. Gezamenlijk pakten ze hem in, waarna ik het instrument plechtig kreeg overhandigd.

Op mijn vraag wat de dames nu van mij kregen, wist Rixt het antwoord wel: sinten.

Parterrefee geeft iedereen hongerklop

Een opvallende kop vandaag in de krant. Kelderman pakt titel met hongerig paard.

Je zou zeggen, geef dat beest wat te eten. Dat zou dan een grap zijn, want in de sportjournalistiek wordt met ‘hongerig’ gewoonlijk ‘gretig’ bedoeld. Michels beschikt over hongerige selectie. Hongerige Tyson klaar voor Holyfield. Dat soort dingen.

Al is dat laatste misschien een slecht voorbeeld.

Maar goed, wat blijkt? Parterrefee, de Jolly Jumper van dienst, was echt hongerig. Het beest had drie dagen niet gegeten, aldus Kelderman. Dat is voor een paard niet normaal. Ik zeg altijd maar: een paard is geen kameel.

Maar is daarmee ook gezegd dat het beest honger had? Hoe kom je daar achter? En bovendien, misschien doet Parterrefee wel aan wedstrijdvoorbereiding. Lijkt ie een beetje op wielrenster Leontien van Moorsel. Die fietste altijd twee keer zo hard als ze ongesteld was.

Parterrefee maakt zichzelf gretig, letterlijk hongerig. Een tijdje niet eten en dan krijgt ie echt de geest.

Hij hongert ook weer niet te lang, want met een hongeroedeem kom je juist weer minder goed over die balken. Dat snapt Parterrefee ook.

Zo’n skinswap, petje af hoor

Ik heb het geprobeerd. Op Discovery Channel, National Geographic en Animal Planet zie je slangen altijd met speels gemak uit hun huid kruipen. Even kronkelen en het is gepiept.

Daar kijk je dan naar en dan denk je: ach. Ziet er niet al te moeilijk uit. Maar doe het maar eens. Dan kom je er wel achter hoe ingewikkeld het is.

Iedereen mag dan altijd gekscherend doen over slangen, en zeggen dat het slappe beesten zijn, die nooit eens hun rug recht houden, maar zo'n skinswap, daar neem ik mijn pet voor af.

Kijk, gewoon een stukje huid is niet moeilijk. Vraag dat maar aan een automutilatist. Een paar sneetjes en klaar. Maar alles in een stuk laten liggen, in liefst, zoals een pingel, in een vloeiende beweging, dat vergt nogal wat.

Mij lukte het in ieder geval niet in de tuin. Het bleef bij een paar flinters. En er hing ook al nergens een koala.

zondag, augustus 12, 2007

De Wijsneus is geen hamburgertent

Omdat Janne vlot zaken deed en aan één gesprek – jaseker, net ferkeard – genoeg had om aan werk te komen, vonden heit en mem het een goed idee een hapje te gaan eten.

Dat vonden wij ook.

Het spul lag met de boot in Sneek en had de champagne koud staan. Terecht, want vorige week was het onze bubbelbeurt al geweest. Toen vierde the happy couple de eigen trouwdag, die werd gememoreerd in Sloten (foto), het stadje waar – cliché-alert – het allemaal begon.

Na de achterdekchampagne gingen heit en ik kijken of we er ook ergens een tafel te reserveren viel. Vooraf was De Wijsneus geselecteerd, dus daar liepen we dan ook naartoe, heit in korte broek, shirt en een blauwe pet, ik in spijkerbroek en polo, het borsthaar weelderig, volks en lichtelijk imponerend naar buiten waaiend.

De Wijsneus is geen hamburgertent, dus het evenwicht was een beetje zoek toen we zo shabby het etablissement betraden.

Ik was vooruit gestuurd en vroeg de keurig geklede ober van dienst of ze die avond ruimte hadden voor vier personen, waarop hij mysterieus genoeg zei:

Ja hoor. Komen jullie dan ook?

De wijsneus. Het eten was heerlijk.

zaterdag, augustus 11, 2007

Ik ben Slangenman

Je had Spider-Man. Een gozer met de kenmerken van een spin. Je had Superman. Een kleerkast met de kenmerken van een vogel. Superman kan vliegen, like a bird in the sky.

Dan had je George W. Bush. Een politicus met de kenmerken van een chimpansee.

Nu is er Slangenman. Een man met de kenmerken van een slang. En dat ben ik.

Gisteravond besloot ik mijn huid deels in te ruilen voor een nieuwe toplaag, precies zoals slangen dat doen. En precies zoals ook slangen dat doen, stroopte ik zo een geschubd en ultradun laagje af.

Ik geef toe, veel is het nog niet. Maar het is een teken. Ik ben Slangenman. Later vandaag probeer ik een struisvogelei in een keer door te slikken.

Morgen ga ik in een boom hangen en een koala wurgen. Of zoiets. Ik kom er wel.

donderdag, augustus 09, 2007

Een verhaal over aangebrand vlees

Vandaag is het 62 jaar geleden dat Fat Man op het Japanse Nagasaki werd gegooid. Drie dagen eerder trakteerden de Amerikanen Hiroshima al op Little Boy.

Een hele lading plutonium (2-kiloton) en uranium (15-kiloton) resulteerde in 210.000 doden en ontiegelijk veel gewonden en verminkten.

In de Volkskrant vertelt Joan Veldkamp over de documentaire White Light/Black Rain van de Steven Okazaki. Het is de Japanse Amerikaan gelukt de Japanse schaamtecultuur te doorbreken: veertien overlevenden vertellen over hun herinneringen aan de bombardementen.

Veertien, dat is al heel wat. De verminkte en vaak ook zieke overlevenden worden in Japan al 62 jaar vakkundig buiten samenleving gehouden.

De film maakt duidelijk dat wie dicht bij de plek was waar de bom terechtkwam, verdampte, of ‘gewoon’ verkoolde. Eigenlijk had je dan mazzel, want dan was het in een klap gebeurd.

Voor diegenen die zich wat verder weg bevonden, begon de ellende nog maar net. Een slachtoffer, toen dertien, vertelt dat haar hoofd verwerd tot een zwarte bal. Mijn huid was als aangebrand vlees dat begon te bederven. Uiteindelijk heeft mijn vader de huid van mijn gezicht moeten stropen.

Een ander vertelt: Ik zag verbrande mensen ronddolen waarvan de ogen uit hun kassen hingen en waarvan de huid van hun lichaam droop.

Artsen wisten zich geen raad met de verwondingen. Slachtoffers zaten onder de maden. Hun huid en vlees stierf af en niemand wist wat te doen.

En toen begon ook nog de zwarte regen, donkere druppels vol radioactieve rotzooi.

Parkeren in Amsterdam

Laten we er niet omheen draaien. Parkeren in Amsterdam is niet altijd een pretje. Maar woensdag dus mooi wel. Held Ger leende mij zijn parkeerkaart en vogels floten een lied.

Naar de stad getuft, slechts een keer verkeerd gereden, auto in een vak gezet en drie minuten later tuurde ik vanaf een ronkende pont over het IJ, onderweg naar het centraal station.

Als je op die manier het centrum nadert dan heb je amper het idee dat je in de altijd levende hoofdstad bent. Vanaf de pont zie je de achterkant van het station, maar dat is dan ook. Het IJ klotst. Je waant je op de MS Grou.

Eenmaal aangemeerd en om het station heengelopen belandde ik op het Droogbakplein. Zoiets. Daar bleek al gauw dat ik toch niet in een suf provinciestadje was beland. Een zwerver vlijde zich flink zuchtend en boerend op het bankje dat met de rug tegen de mijne stond. Weg lieflijkheid, hallo city life.

In de trein tussen Zwolle en Leeuwarden vertelde een man me eens dat hij eens per jaar met de mannen van de familie een dag naar Amsterdam ging.

Het spul reed dan vanuit Friesland naar het station van een klein plaatsje een goed eind buiten Amsterdam. Daar werd de auto achtergelaten, het laatste eindje legden ze per trein af.

Want ja, zo zei de man, met de auto Amsterdam in, dat was geen doen.

maandag, augustus 06, 2007

De pannenkoekbijbel

In Noordwijk trouwens, zijn we ook nog bij pannenkoekhuis Langs Berg en Dal geweest. Wat veel mensen niet weten, is dat Langs Berg en Dal behoort tot de drie meest kindvriendelijke restaurants van Nederland.

Ik weet dat wel, want het staat bij Langs Berg en Dal op een groot bord in de voortuin.

Het kindvriendelijke blijkt uit de vele cadeautjes die je bij sommige menu’s kunt krijgen. Het blijkt ook uit de kleurplaten en de speelhoek. En uit de pedagogisch verantwoorde benadering van de bediening, die kindvriendelijk wordt toegepast op jong en oud.

Al even kindvriendelijk: bij Langs Berg en Dal staat je bestelling in een mum van tijd voor je neus.

Als je jarig bent en binnenstapt bij Langs Berg en Dal heb je het als kind helemaal voor elkaar. Aan de muziek te horen tenminste. We mochten een paar keer kindvriendelijk meeluisteren. Waarschijnlijk is het personeel zo kindvriendelijk dat het kinderen aanraadt te zeggen jarig te zijn.

Minder kindvriendelijk lijkt me dat ze bij Langs Berg en Dal 270 verschillende soorten pannenkoeken hebben. De keuze is reuze. De menukaarten zijn dan ook zo dik als een statenbijbel.

zondag, augustus 05, 2007

Inferno a la playa

Vandaag is rood, zingt Marco Borsato. Nou, de beste man heeft gelijk. Vandaag is ontzettend rood, want ik ben ontzettend verbrand.

Een weekendje Noordwijk heeft me de das om gedaan. Op het strand, temperaturen trough the roof, lekker zonnen niet smeren. Dodelijk.

Het was een topweekeinde, daar niet van, maar het gevolg van zaterdag was wel dat ik zondag als een lulhannes op het strand zat. Bijna de hele dag een shirt aan, en maar smeren. Het verbaasde me dat er geen luide sis opklonk toen ik voor een korte duik het ruime sop verkoos.

Ergerlijk, dat je als gezonde Hollandse jongen de kleur van roze oplichtende neonverlichting hebt aangenomen, terwijl je moet aankijken tegen een leger spierwitte figuren die de hele dag licht weerkaatsen, maar niet verbranden.

Maar de spierwitten waren nog niet met zovelen als de hondjes. Bij lange na niet. Man man, wat een hondjes. Hondjes met strik, hondjes met zonneklep. Hondjes als praatpaal, hondjes als beste vriend. Een keffertje voor mevrouw, een bulldog voor meneer.

Met name de keffertjes hebben allemaal eenzelfde soort baasje. Oudere mevrouwen met een enorm lichaam en dito roze zwempak. Terwijl ze zuchten onder hun overgewicht, lopen ze maar tegen die beestjes aan te ouwehoeren.

De borden bij het strand zijn onvolledig. Honden aan de lijn, vermelden ze, maar het baasjes ook ontbreekt.

De foto is was van een jaar geleden. Deze is van dit jaar.

vrijdag, augustus 03, 2007

Bombie mijn lievelingszombie

Ik heb de zomer in mijn bol (wanneer ik het woord bol gebruik in de zin van hoofd, dan denk ik altijd even aan Dre zaliger, bedenker van de geniale tekst: gooi alles van me af en giet me vol. Bravo!).

Maar goed, de zomer in mijn bol. Alles gaat op de automatische piloot. Als een zombie, bedacht ik me zojuist.

Wanneer ik een zombiefilm zie, zoals laatst nog Shaun of the Dead, die best heel grappig is, is er altijd even een moment dat ik best een zombie zou willen zijn. Lekker chillen in de zon, zonder zorgen over straat sjokken en een beetje grommen en gorgelen. Van die geluiden vanachter mijn huig. Grggll. Mjum.

Pluspunt is dat ze je als zombie niks kunnen maken. Uit Braindead herinner ik me dat alleen de ronddraaiende bladen van een motormaaier echt helpen. Maar dat weet bijna niemand. Een gemis is dat je als leven- en gevoelloze zombie niet bij machte bent om van je zombiezijn te genieten. Zou toch zonde zijn, mocht ik het ooit tot zombie schoppen.

Een nog groter gemis is de grote vriendelijke zombie. Waar blijft die? Waarom is daar nog nooit een film over gemaakt? Ik zie het script zo voor me, over een dikke vette zombie die al rondsjokkend door de stad allemaal langdradige avonturen beleeft en heuse mensen tegen het schijtensbenauwde lijf loopt.

Dat ie uit de trein stapt en een ledemaat vergeet. Later haalt ie ‘m op bij de gevonden voorwerpen. Inderdaad, een fijne film zou dat zijn.

Maar tot op heden hebben de zombies het altijd gedaan, zijn ze altijd de bad guy. De filmindustrie mag zich wel eens achter de oren krabben. Nog even en geen zombie wil nog over het witte doek lopen kwijlen.

De enige positief afgeschilderde zombie herinner ik me van een Donald Duck. Daarin kwamen de gebroeders Kwik t/m Kwak met Bombie de Zombie op de proppen. Het zal een oude aflevering van het vrolijke weekblad zijn geweest, want de pikzwarte Bombie droeg alleen een luipaardvelletje en had door zijn neus een enorme gouden ring (in mijn herinnering dan).

Ach ja, good old Bombie. Hij zei geen woord, maar in Duckstad droegen ze hem op handen. Frans Bromet jongen, zoek hem eens op, en maak over Bombie een realitysoap. Of zoiets.